Wintervertier en strandpalen (’n tussendoortje uit de oude doos)
Wat hebben we toch met een bizarre winter te maken. Tot begin januari eigenlijk bijna geen temperaturen onder de nul graden gehad. Begin januari werd Woltersum ineens wereldnieuws toen alle inwoners door een dreigende dijkbreuk geëvacueerd moesten worden. En dan begint het opeens eind januari te vriezen. En stevig ook. En wel zo stevig dat zelfs de elfstedenkoorts weer begint op te laaien. Ik heb gefascineerd zitten te kijken naar de persconferenties onder leiding van Wiebe Wieling, voorzitter van De Friese Elfsteden. Vanuit het niets werd hij een bekende Nederlander. Net zoals Adriaan van der Weg een bekende Noord-Groninger werd toen hij met de baanveger van ‘De Schaats’ langzaam maar heel zeker door het ijs zakte…..
De winterse taferelen leverden weer prachtige plaatjes op en er werd uitbundig geschaatst op de ijsbaan en het Boterdiep. En er werd gepriksleet. Zowel op de ijsbaan, georganiseerd door de voetbalclub, als op de Boterdiep, georganiseerd door ‘De Schaats’. Jeroen Boomsma won namens de voetbalclub en het deed mij deugd dat de zoon van de man waaraan ik mijn bijnaam te danken heb de wedstrijd op het Boterdiep winnend afsloot. Mijn bijnaam Prikkebeen heb ik te danken aan wijlen Broer van der Laan. Eigenlijk noemde hij mijn vader zo want die reed in een grijs verleden regelmatig met een visnetje achterop richting Oosterburen op zoek naar vlooien voor zijn vissen. ‘Kiek, door riedt Meester Prikkebeen weer met zien vlindernetje’, ging het dan.
Tot twee keer toe heb ik de kans gehad om mee te doen aan dit prachtig winters festijn. En tot twee keer toe vriendelijk door dringend en beslist bedankt. Waarschijnlijk heb ik een trauma opgelopen aan de laatste priksleewedstrijden op het Boterdiep, een dikke vijftien jaar geleden. In het voorwoord van het clubblad heb ik er toen nog aandacht aan besteed. En omdat het verhaal nostalgische gevoelens oproept over Rising Sun-, Dienst-, Tinus en Eeke-, trainingskamp Schier en andere vervlogen tijden is dit even een tussendoortje in het columngebeuren. Want daar men het nu al weer over 15 graden heeft is de winter zeer waarschijnlijk al weer afgerond en kunnen we ons opmaken voor het mooiste jaargetijde, de lente! Maar eerst nog even Wintervertier en strandpalen.
Wintervertier en strandpalen
Het is zondagmiddag en een aarzelend zonnetje zet Middelstum en omgeving weer in een wat heldere aangezicht. Wanneer je stevig snuift en geen coke gebruikt dan ruik je bij wijze van spreken al de lente. De voorjaarsvlinders dartelen in mijn buik en ik start mijn fietsje voor mijn welhaast traditionele rondje Middelstum-Westerwijtwerd-Huizinge-Middelstum. Al filosoferend zie ik in de sloten de laatste restjes ijs die je doen terugdenken aan de barre winter van 95/96, toen de elfstedenkoorts hoog opliep en het voetbal op een betrekkelijk laag peil stond.
Ik ben niet zo’n winterman. Sommigen krijgen de kriebels wanneer de temperatuur beneden de nul graden daalt en sprinten naar boven om de ijzers uit het vet te halen. Ik duw ze er liever wat verder in. Mijn laatste schaatstocht dateert al weer van enige jaren geleden. De heenweg naar Onderdendam ging nog maar de terugweg heb ik welhaast met mijn enkels over het ijs voltooid. Dat was dus geen succes.
Toen mijn sportvrienden dan ook op een zaterdagmiddag aankondigden om op schaatsen de imposante afstand naar Tinus en Eeke af te leggen besloot ik om die afstand maar per fiets te overbruggen. Genietend van de specialiteit van het huis, de door Eeke zeer smakelijk bereide gehaktbal- annex biljartbal die je naar iets drinkbaars doen smachten, hoor je dan al die heroïsche schaatsverhalen aan. Zo was er een man uit Australië, geboren en getogen in Groningen, die in 38 jaar niet meer in Nederland was geweest maar die nu speciaal voor het schaatsen was overgekomen. Flip (Jelte van der Kooi) en Zenga (Martin Bulthuis) hingen met een flesje bier aan hun lippen aan mans droge lippen.
‘Wat jong?’ brult onze oud – en immer correct vlaggende – grensrechter Pieter Kruizinga naar rappers delight Koelio (Bert van der Laan jr.). die ook al hapt in zo’n mega-bal en daardoor moeilijk te verstaan is. Ronnie en ondergetekende liggen bijna schuddebuikend onder de tafel. Jari (Ronald Brontsema) ligt ondertussen in de clinch met Rieks, bekend van zijn hond Bobby die een pistool onder aan zijn vege lijf heeft hangen, omdat hij op Rieks zijn brommer weer naar huis wil. Al klaverjassend kijk ik op mijn Rolex en zie dat het de hoogste tijd is om naar huis te gaan. Weer een voetballoze zaterdag die in een hoog tempo voorbij gegaan is. Gezien de kou schakel ik snel door naar een hogere versnelling terwijl mijn sportvrienden al lallend in de duisternis van het Westerwijtwerdermaar verdwijnen….
Zo maar een zaterdagmorgen in februari. Daar mijn wekker de uren in Eibergen wegtikt brult moeders de vrouw mij om half tien uit een lekkere, overigens droge droom over zonnige stranden en palmbomen geflankeerd door apparaten in hoogopgesneden badpakken. CV is in huize Koster een vreemd woord en de douche is ook al bevroren. Gerard Bos verloor er menig kilootje aan maar zelfs hij kon hem niet meer aan de praat krijgen. Bibberend van de kou schiet ik in de kleren. Op het programma staat een ander winters festijn, te weten het priksleeën voor de jeugd en de jeugdleiders bij café ‘De Valk’. Het lijkt mij niet eenvoudig om je op zo’n halve notedop met twee prikkers voort te bewegen. Ik besluit dan ook om even te gaan oefenen maar toen ik al ploeterend met pijn en moeite een meter had afgelegd brulde een perfecte imitatie van een gedesoriënteerde Eskimo op Groenland mijn naam al ten teken dat de strijd zou gaan beginnen.
Ik kijk opzij naar het grijnzende gezicht van mijn opponent van de A-junioren, de zoon van bakker Staghouwer. Hij is al voorbij de bocht als ik aan kom krabben. In een ultieme poging om deze match te winnen werp ik mij brutaal en nietsontziend op mijn tegenstander. Rik bakt ze bruin deze morgen en schuift mij gedecideerd ter zijde. Een verloren wedstrijd dus en de laatste meters leg ik van pure ellende lopend af, in navolging van Stadse Johnny Wepe (Johnny Huizinga) die dit geheel met een chagrijnige kop als een boers festijn ziet.
Tot overmaat van ramp blijk ik als ‘lucky loser’ toch te zijn doorgegaan naar de tweede ronde. Gelaten laat ik de woordspelingen over mijn bijnaam van de eerder gememoreerde Eskimo (die een aantal weken later voor een zeer geslaagd A-selectie uitstapje borgstaat en luistert naar de bijnaam ‘Le Professeur’) (Marcel Verkerk) over mij heen komen, inwendig Broer van der Laan met zijn Prikkebeen en vlindernetje verwensend.
Had ik het voorbeeld van rondje 31 specialist Vlexico (Johan de Hek), berucht om zijn waarschijnlijk niet meer te overtreffen score van 8 uit 9 in de culturele jeugdsoos van ‘Rocking Tjeert’ (Tjaart Huizinga) maar gevolgd en was ik er maar lekker tussen uit geknepen. Ditmaal prikte de zoon van de plaatselijke kapster en wethouder mij er uit en kon ik het hoongelach van het publiek weer in ontvangst nemen. Met twee minnetjes was het toernooi voor mij nu dan echt ten einde.
Gelukkig volgde vrij snel hierna de prijsuitreiking in het warme café aan de haven. De top 3 bij de jeugdleiders bestond uit ervaren prikkers. Charmeur en super-sub Jelte van der Kooi, inmiddels omgedoopt tot Piet Ver(t/s)ier, eindigde als eerste gevolgd door zijn voorganger Raymond van Houten die tegenwoordig alleen nog de Palenweg van slingers voorziet en als derde eindigde de altijd en overal spuitende Ronnie Medema, die zijn spuitoverall voor deze gelegenheid helaas thuis had gelaten.
We hebben dit allemaal weer verwerkt en inmiddels lonkt de lente en daarmee het voetbal. Ik ben in mijn hoedanigheid als voetballer toch wel enigszins geprikkeld en aas naar eerherstel. Voetbal-goeroe en mega vedette Bossie vergeleek mijn Schiermonnikoogse voetbalcapriolen immers met de plaatselijke strandpalen en dat komt toch wel hard aan wanneer zo’n voetbalkenner dat over je schrijft. En ik had mij nog wel zo voor hem weggecijferd. Je weet wel hoe het gaat, twee kapiteins op één schip, dat werkt niet. Bossie zou het vuile werk toch nooit opknappen dus liep ik al die gaten maar dicht. Een goede Wouters was in zijn beste jaren toch ook onzichtbaar? Nou weet ik waarom Bossie zich zo vaak onbegrepen voelt. Persoonlijk zie ik hem dan ook liever schrijven dan voetballen.
Maar zo’n opmerking prikkelt je toch want vroeger behoorde je toch ook tot het Middelstummer elitekorps en werd je voortgedreven door het ‘Gaan-gaan’ gebulder van Hazeveld.
Heel in de verte gloort het eerste elftal weer en zie ik een trotse Gerke Kersaan met een journalist van de Ommelander Courant kwalmen over één van de sterkste assen van 4C bestaande uit Verkerk, Pool, de onder nummer tien als vanouds spelende, alles opeisende en met slimme steekpassjes strooiende Koster en de immer zuigende, provocerende, de tegenstander gele kaarten aansmerende, swalbes makende, door zijn medespelers niet begrepen, maar bij het eigen publiek o zo populaire mega vedette Erik ‘Cantona’ Boskamp in de punt, op de vleugels geflankeerd door de waterdragers Medema en Steendam.
TRINGGGGG. De wekker stoort mij in deze prachtige Marco Borsato droom, die ongetwijfeld weer bedrog zal blijken te zijn. Het is maandagmorgen, half acht, en ik heb nog maar een half uur om mij voor te bereiden op het wekelijkse hoogtepunt van het dienstwezen, te weten het rondje Alfa. Hierbij heb je 4,2 kilometer de tijd om je het snot voor de ogen weg te rennen. Ik heb hier vrij veel problemen mee want ik ben tegenwoordig zelden verkouden. Maar zulke activiteiten leveren weer sterke dienstverhalen op die ik later aan mijn kleine Prikkies kan vertellen. Vroeger toen pappa nog in dienst zat enz. enz.
Al filosoferend kom ik tot de conclusie dat het leven vol verrassingen en uitdagingen zit. Ik snuif nog eens diep en weet het zeker. Het wordt weer lente in de ogen van de……..
Mr. (Anti) Prikke(sl)bee(ër)n alias sergeantje P.
Opgedragen aan Broer….




